| ma | di | wo | do | vr | za | zo |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | ||||||
| 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 |
| 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 |
| 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 |
| 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 |
| 30 |
???, dinsdag – Heeft het
hier een naam? Ik ben vergeten het te vragen. We zijn op zo’n drie graden
zuiderbreedte, ergens in het noorden van Tanzania, in het gebied van de Maasai.
Van achter ons blaast een kille savannewind over het vuur waarop eerder vanavond
het vlees van drie versgeslachte geitjes werd geroosterd. In onze shuka’s, de
kleurrijke omslagdoeken waardoor je de Maasai al van grote afstand in de
bruine, dorre vlakte ziet aankomen, zitten we te rillen onder de majestueuze
acacia net buiten het huttendorp.
Onze gastheren hebben
gedanst en gezongen rond het vuur, met hun stokken de maat slaand op de harde
bodem. Ik zie ons dat voorbeeld niet volgen.
Om hier te komen hebben
we ons, komend vanuit Arusha, een paar uur door elkaar laten rammelen in een Landrover.
Langs wat doorging voor de weg zagen we een houten schoolgebouw waar
Maasai-kinderen omheen renden. In een dorp met houten gebouwtjes langs
onverharde straten stond een satellietschotel recht naar boven gericht. Tegen
een paal had iemand een fiets geparkeerd. Zomaar midden in het land liep soms een
eenzame Maasai: hij kwam ergens vandaan en ging ergens heen. Andere Maasai
hoedden kuddes mager rundvee, geiten, schapen.
Meteen na aankomst in
het dorp, een boma zoals dat hier heet, werden de vrouwen in het gezelschap
gescheiden van de mannen. Vrouwen mogen niet aanwezig zijn bij het slachten. De
geiten werden eerst gesmoord, dan de keel doorgesneden. Als ze zijn
leeggebloed, wordt vakkundig de hele buikinhoud weggehaald. De man die het
snijwerk uitvoert met een angstaanjagend lang mes, steekt een van de niertjes
in zijn mond. Gelukkig wordt ons geen bloed te drinken aangeboden.
Het is misschien door
het opensnijden van de beestjes die net nog dachten dat het maar een
spelletje was, dat wij na het eten op het idee komen om bij het vuur het
sprookje van Roodkapje te vertellen. Ik praat met de wind mee, de vertaling
komt tegen de wind in. Tegen de tijd dat de wolf met stenen in zijn
dichtgenaaide buik in de put wordt geworpen, klinkt gelach.
Dan is het tijd om te gaan slapen. Onder een uitzinnige sterrenhemel lopen we de boma in waar we over de hutten worden verdeeld.
Addis Ababa, zaterdag –
Dit is Job. Hij heeft me zijn achternaam ook verteld, maar die kan ik niet
reproduceren. Hij kwam naast me lopen. ‘Je lijkt op een filmster,’ zei hij in
het Engels. Ach. Waar ik vandaan kwam. Een vriend van hem werkte al tien jaar als
leraar in Rotterdam.
Hij bleef naast me lopen
en zo hoorde ik dat hij met zijn grootmoeder in Piazza woonde, een wijk opgezet
door de Italianen – vandaar de naam. Zijn vader en moeder waren twintig jaar
geleden omgekomen bij een verkeersongeluk. Hij studeerde IT. Hij was
negenentwintig en behoorde tot de Amhari-stam.
Ik vond hem aardig, maar
wachtte onwillekeurig op het moment waarop hij me om geld ging vragen. Hij
stoorde me niet, ik vroeg hem hoe hij woonde, wat zijn grootmoeder voor werk
deed, hoe oud zij was.
We liepen, zoals dat
kennelijk hoort in Addis Ababa, niet op de stoep maar op straat. In de stoep
zaten te veel gaten. In de weg trouwens ook. Ik moest Job een paar keer
waarschuwen om te voorkomen dat hij in een gat of een put liep.
Job is een orthodoxe
christen. Hij waarschuwde me voor slechte mensen die het op mijn geld hadden
voorzien. In deze tijd van het jaar is het vasten geblazen, bovenop het vasten
op woensdag en vrijdag dat de rest van het jaar van kracht is. Hij nam dus geen
koffie in het café waar ze geen bier hadden en ook niet in het café
waar ze wel bier hadden.
Hij hielp me bij het
zoeken naar muziek. In het boek Abyssinie swinging had ik namen gezien van artiesten naar wie ik
nieuwsgierig was, maar in de winkels waar ik eerder was geweest, hadden de cd’s
alleen Ethiopische karakters die ik niet kon lezen.
Ik gaf hem een hand ten
afscheid en zei dat ik die kant op ging, maar hij bleef naast me lopen. En
uiteindelijk kwam het: hij betaalde vijftien euro per maand voor zijn studie,
veel geld. Hij zei het meer suggestief dan vragend, maar het was duidelijk dat
hij iets van mij verwachtte, en hoewel ik er niets voor zou hoeven laten, had
ik geen zin om hem vijftien euro te geven om hem een maand studiekosten te
besparen.
‘Ik zal je wat geven om
iets voor je oma te kopen,’ zei ik, maar hij vroeg of ik niet een paar schoenen
over had. Nee, helaas. Als ik op reis ga, neem ik geen schoenen mee die ik over
heb.
In een café om de hoek
van mijn hotel nam ik een biertje, hij niet, en bij wijze van afscheid stopte
ik een paar briefjes van zoveel birr in zijn borstzak. Te weinig, achteraf
voelde ik me schuldig.
Addis Ababa, zaterdag –
Hé, dat lijkt ons busje wel, dacht ik nadat ik Bole Road was overgestoken naar
Book World. Addis Ababa is vergeven van de busjes, meest blauw-met-witte, maar
ook groen-met-witte. Ons busje is groen-met-wit.
Nadat de deur was
opengeschoven, stapte Jaap als eerste uit. Het wás ons busje. Kennelijk
beschikt het over verborgen kenmerken die het van al die andere busjes in de
stad onderscheiden.
Ook mijn reisgenoten
kwamen even bij Book World snuffelen, een welvoorziene boekhandel, voor
driekwart gevuld met boeken in het Amhaars. Het aanbod bestond verder uit
Engelse titels, veelal studieboeken.
Ineens was er tumult,
een doffe klap. Iemand werd door winkelpersoneel tegen de grond gewerkt. Hij
klemde een woordenboek in zijn hand. Een veiligheidsbeambte met een lange stok
aan zijn riem kwam de zaak binnen en maakte zich schielijk weer uit de voeten.
De veronderstelde winkeldief werd op een stoel achterin gezet waar hij flink
begon te jammeren. Twee mannen hielden bij hem de wacht.
Ik kocht de
Penguinuitgave van Ryszard Kapuściński’s The emperor over de ondergang van Haile Selassie en Abyssinie
swing over de Ethiopische jazz,
soul en rhythm’n’blues die juist in de nadagen van de kleine keizer hun
bloeitijd kenden. Onder de militaire dictatuur die op de val van Haile Selassie
in 1974 volgde, was muziek maken – laat staan plezier maken – natuurlijk uit
den boze.
Ik rekende iets van
vierhonderd birr af, zo’n vijfentwintig euro: vergeleken met cd’s (dertig birr,
twee euro) en bier (7,50 birr) zijn boeken duur in Ethiopië.
Afrekenen is trouwens
een tijdrovende affaire. Eerst worden de bedragen op een rekenmachientje bij
elkaar opgeteld. Dat doet één mevrouw. Zij geeft de boeken aan een tweede die
ze inpakt. Dan schrijft een derde met de hand een genummerde bon uit: het
bedrag in letters én cijfers, de omzetbelasting, titels van de aangeschafte
boeken, handtekening. Hier gaan zeker vijf minuten mee heen.
Intussen zit de man met
het woordenboek in zijn hand nog steeds te kermen. Misschien is de politie
gebeld en is het wachten op hun komst.
Ik wandel verder de stad
in en zwaai ons busje na.
Rotterdam, maandag -Ik had een afspraak in Amsterdam en dacht er goed aan te doen mezelf te tracteren op een ritje met de Fyra, de hogesnelheidstrein die beide steden zo'n twintig minuten dichterbij elkaar heeft gebracht.
Toen ik op mijn laptop de vertrektijden checkte op de site van de Nederlandse Spoorwegen, dook de Fyra vanzelf op tussen de andere mogelijkheden. Je kunt over Rotterdam-Amsterdam een uur en een kwartier doen (over Den Haag, Leiden, Haarlem), een uur en vijf minuten (over Den Haag, Schiphol) en een kleine drie kwartier met de om 10.00 uur precies vertrekkende Fyra die over nieuw spoor rijdt en onderweg alleen Schiphol aandoet.
Op mijn desktop, waar ik met het oog op het printen van het kaartje dat ik online wilde kopen heen verkaste, liet NS de optie om met Fyra te reizen onvermeld, zelfs toen ik opgaf dat ik om 10.00 uur wilde vertrekken.
Ik nam aan dat deze trein intussen was volgeboekt, wat later onzin bleek want je hoeft helemaal niet te reserveren. Je betaalt wel een toeslag op de normale ritprijs (tot 6 oktober twee euro per enkele reis). Kaartje en toeslag koop je gewoon in de automaat op het station.
Heen had ik dus een ouderwetse trein, maar terug had ik wel degelijk de Fyra. De treinen richting Rotterdam vertrekken om kwart voor het hele uur vanaf perron 15, het allerlaatste perron. De gereedstaande trein zag er fris uit in de overheersende kleuren rood en roze, maar het interieur viel tegen. Gewoon, zoals elke intercity er vanbinnen uitziet, niets bijzonders.
Tot Schiphol lijkt de Fyra me niet sneller te rijden dan andere treinen, maar voorbij Hoofddorp wordt de vaart erin gezet en als het aquaduct onder de Haarlemmerringvaart is gepasseerd en het spoor parallel loopt aan de A4, is goed te merken dat we sneller rijden dan het autoverkeer dat hier wordt verondersteld honderd kilometer per uur aan te houden.
Topsnelheid is nu nog honderdzestig kilometer per uur, maar wordt driehonderd zodra de nieuwe locomotieven er zijn.
Mooi gezicht op de stad bij het binnenrijden van Rotterdam doordat de Fyra net een iets andere bocht maakt dan de gewone intercity's.
Rotterdam, donderdag - Twee in dezelfde week verschenen romans die ik na elkaar las voor HP/De Tijd vertonen een merkwaardige overeenkomst. De hoofdpersonen van Zoete mond van Thomas Rosenboom en van Verlovingstijd van Maarten 't Hart hebben geen hoge dunk van de mensheid.
Rebert van Buyten vraagt zich bij Rosenboom af: 'Wat zou er gebeuren als vanaf vandaag door iedereen, overal ter wereld, contraceptie werd toegepast?' Om zelf het antwoord te geven: 'Er zou geen enkele baby meer geboren worden.'
De ik-figuur bij 't Hart vertrouwt zijn minnares toe: 'Kinderloosheid is op afstand veruit de beste bijdrage aan milieubehoud. Alleen met een stringente geboortebeperking zou er nog iets gered kunnen worden, maar waarschijnlijk is het al te laat.'
De minnares in kwestie had al opgemerkt: 'Als iedereen er zo over dacht als jij, zouden er geen kinderen meer geboren worden.' [...] 'Nou en? Dan kan de laatste mooi het licht uit doen.'
Ook Rosenbooms hoofdpersoon ziet alleen maar voordelen aan het door contraceptie bewerkstelligde op termijn uitsterven van de mens: '[...] wat werd er [...] wel niet op de overheidsuitgaven bespaard? De kraamzorg kon binnen een jaar worden opgeheven, over zes jaar konden alle kleuterscholen dicht, over twaalf jaar alle lagere scholen, over vijfentwintig jaar alle andere scholen, de universiteiten en het complete ministerie van Onderwijs [...].'
Schrijven Thomas Rosenboom en Maarten 't Hart niet voor de eeuwigheid?
(Mijn recensie van Zoete mond staat deze week in HP/De Tijd, die van Verlovingstijd in het nummer van volgende week.)
Rotterdam, dinsdag - Toen ik van de zomer de vlucht Parijs-Rome boekte, lukte het me niet om online in te checken, terwijl dat volgens het scherm waarvan hierboven een fragment afgebeeld wel moest (reservering met kinderen).
Ik bleef het proberen, maar nee hoor.
Zoekend naar wat er mis kon zijn, kwam ik dezelfde pagina in het Engels tegen:
Rotterdam, zondag - Op Radio 1 hoorde ik onderzoeksjournalist Rudie van Meurs (70) zeggen dat hij een hekel aan het woord journalist heeft gekregen. Iedereen noemt zich tegenwoordig maar journalist, daarom spreekt hij liever van verslaggever.
Nu ik het nieuwe nummer van De Journalist uit het plastic haal, moet ik concluderen dat de redactie?, de uitgeverij?, de NVJ? zich kennelijk ook niet meer helemaal senang voelt bij het woord journalist.
Ik dacht nog even dat het omslag per ongeluk gevouwen in het plastic terechtgekomen was, maar de cover is zo gedrukt. De titel De Journalist is omgeslagen en daarachter komt de naam Villamedia tevoorschijn.
Elders in dit veertiende nummer van de honderdveertiende jaargang komt de aap uit de mouw: dit blijkt het laatste nummer van De Journalist te zijn! Eind september verschijnt het eerste nummer van Villamedia magazine.
Waarom zo'n mooie titel zomaar wegsmijten?
Rotterdam, woensdag – Waarom komt de Volkskrant vandaag met dit nieuwsbericht?
Om te beginnen is dat van een vraaggesprek van Bob Dylan met de BBC niet waar. Dylans uitspraak komt uit de aflevering van zijn programma Theme Time Radio Hour die in de nacht van zondag op maandag op BBC 6 werd uitgezonden. In de uitzending met het thema ‘street maps’ zei hij: ‘I am talking to a couple of car companies about being the voice of their GPS system. I think it would be good if you are looking for directions and hear my voice saying something like: left at the next street, no a right – you know what? Just go straight. I probably shouldn’t do it because which ever way I go I always end up at one place: Lonely Avenue.’
Een grapje, lijkt me. Hoewel: met Bob Dylan weet je het nooit. Dat van die kerst-cd blijkt ook waar te zijn.
Goed, bewuste aflevering werd al op 8 december vorig jaar door de satellietzender Sirius XM uitgezonden. Dus zolang lopen die onderhandelingen al?
Rotterdam, woensdag – Vanuit het zuiden komend zie je al vóór Antwerpen borden die naar Rotterdam wijzen. Nog geen honderd kilometer, je bent al bijna thuis. Je wordt dwars door de Antwerpse haven geleid, de kortste weg. Weliswaar betaal je vijf euro tol om de Liefkenshoektunnel te mogen passeren, maar op die manier mijd je de ring die altijd druk is en het lange stuk tweebaansweg tot de grensovergang bij Meer waar vrachtwagens vele kilometers nodig hebben om elkaar voorbij te sukkelen en als het geen vrachtwagens zijn die het verkeer ophouden, zijn het wel auto’s met een caravan erachter.
Lief van die Belgen dat ze vlak voor hun eigen haven zo prominent de weg naar de grote concurrent aangeven.
Dat zal misschien niet lang meer duren, want Nederland blijkt niet zo sportief als het om de Antwerpse haven gaat. De weigering om de Westerschelde uit te diepen ten behoeve van het scheepvaartverkeer dat Antwerpen wil aandoen, wordt in België uitgelegd als een misselijke poging om de haven van Rotterdam te bevoordelen.
Inderdaad heeft dit hele gehannes veel weg van negentiende-eeuws protectionisme. Eigen haven eerst! Was er laatst niet een bewindsman die Nederlanders opriep met vakantie te gaan in Nederland? Het onbenul regeert.
Waarom fuseren de havens van Antwerpen en Rotterdam trouwens niet gewoon?
Of gaan ze dan in Hamburg Nederlandse mosselen en Belgische fritten boycotten?